Dames en heren,

Op een november avond in 1943 ontmoeten drie mannen elkaar op een adres aan de Baanstraat, hier in Beverwijk. Zij maken wat laatste afspraken en spreken nogmaals de mogelijke scenario’s door. Dan gaan zij ieder huns weegs het duister in. Zij zullen elkaar later die avond/nacht weer ontmoeten.    

De oorlogsjaren hebben ook in Beverwijk grote wonden geslagen. Wij, generaties van na de oorlog kunnen ons waarschijnlijk nauwelijks voorstellen wat het echt betekent om onder de knoet van een misdadig regime te leven. De rechteloosheid, razzia’s, evacuaties, het wegvoeren van mannen om te werk worden gesteld, het wegvoeren van mensen om helemaal nooit meer terug te keren. 

Wij hadden vroeger een oom en tante die eigenlijk geen echte oom en tante waren. 

Tante Stella en Oom Ies. Zij waren er altijd bij op verjaardagen, op familie-bijeenkomsten, trouwerijen enz. En wat hadden ze een humor en wat hebben we met ze gelachen. Later begreep ik dat de Joodse Tante Stella en Oom Ies (samen met nog een ander echtpaar), lange tijd ondergedoken hadden gezeten bij opa en oma Groot aan de Schans in Beverwijk. Ik probeer me vaak voor te stellen welke beslissing ik zou nemen met vijf kinderen in huis, wetende dat ontdekken (of verraden worden) een onvermijdelijke gang naar het concentratiekamp betekende. Is het moed of is het onbezonnenheid?

De verzetsmannen die elkaar eerder hadden ontmoet aan de Baanstraat waren nu door het duingebied onderweg naar Wijk aan Zee om een sabotageactie uit te voeren die in overleg met geallieerde kringen vanuit Engeland was opgezet. Onderweg in het duingebied gaat het helemaal fout als de bewapende mannen door een bizar toeval op twee Duitse militairen stuitten. 

Er ontstond een vuurgevecht waarbij één van de drie mannen gewond raakt, de twee militairen werden doodgeschoten. De stoffelijke overschotten van deze mannen konden absoluut niet worden begraven maar moesten op een andere manier compleet verdwijnen. De kans op represailles, als er ook maar iets gevonden zou worden, zou 100 % en waarschijnlijk meedogenloos zijn. Er is nooit iets gevonden. Maar er is, waarschijnlijk mede daarom, ook nooit door de Duitsers op gereageerd met wat voor een represailles dan ook.

Dit is slechts een van de verhalen uit de Tweede Wereldoorlog die waarschijnlijk zullen vervliegen in de tijd. De meeste mensen uit het voormalige Beverwijkse verzet en illegaliteit hebben er nooit behoefte aan gehad om veel te vertellen of te schrijven over de echt ingrijpende gebeurtenissen. Thuis werd er wel over de oorlog gesproken, maar eigenlijk altijd op een anekdotisch niveau. Maar de echte verhalen waren waarschijnlijk te groot, te indringend en misschien soms ook wel te onwaarschijnlijk. Ieder jaar op 4 mei na afloop van de herdenking kwamen veel van de mannen en vrouwen van het voormalig verzet bij elkaar. Dat waren waarschijnlijk de momenten waar er wel werd gesproken.

Hoe gerechtvaardigd en begrijpelijk verzetsdaden in de meeste gevallen ook waren, de ongemakkelijke en wrange realiteit was dat die ook vaak verschrikkelijke represailles tot gevolg hadden.  

Zoals de beruchte Silbertanne aanslagen tegen min of meer willekeurige slachtoffers. Dr. Büller, een chirurg, die in z’n deuropening door het hoofd werd geschoten door twee Amsterdamse SS’ers, was één van hen.

Maar ook de 486 mannen die op 16 april 1944 werden opgepakt om te werk te worden gesteld in Duitsland waren slachtoffer van Duitse represaille. Velen keerden niet terug.

Uiteindelijk ging deze oorlog voor veel mensen nooit voorbij.

Mijn vader werd dertig jaar na de oorlog, na een interventie van zijn verzetsvrienden, opgenomen in Centrum ’45. Om beter met zijn trauma’s te kunnen omgaan, is hij een jaar lang intern behandeld, met inbegrip van de roemruchte LSD sessies, door de bekende professor Bastiaans en zijn team.

En zelfs nu, 77 jaar na de oorlog werd onze familie kortgeleden nog verrast na de onthulling van een monument in Gelderland voor een verzetsstrijder met de verzetsnaam Mario Talamini. Zijn eigenlijke naam was David van der Reijs en hij is evenals zijn broer Max, na te zijn verraden, in Sobibor om het leven gebracht. ‘Onze’ Tante Stella en Ome Ies heetten ook Van der Reijs. En om kort te gaan, na enig speurwerk bleken David en Max twee kinderen te zijn van Tante Stella en Ome Ies, waar wij nooit van hebben geweten. Wij waren perplex. Wonderlijk maar ook zo veelzeggend. Het verdriet was te groot om benoemd te worden.

Wij leven in Europa 77 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog – en schijnbaar van het ene op het andere moment – weer in een spannende tijd. We kunnen deze herdenking niet los zien van de gebeurtenissen in Oekraïne. Wetteloosheid, vernietiging en moorden op Europese bodem: dat is een beangstigende nieuwe realiteit.

Een opkomende dictatuur begint altijd met het ontmantelen van de rechtstaat. En als de rechtstaat is afgebroken, dan ligt de weg open voor ongebreidelde terreur. Hoeveel kritiek je ook kunt hebben op de maatschappij, morrelen aan de fundamenten van een rechtstaat is altijd de slechtste oplossing. Hoewel misschien de grote gebeurtenissen op het wereldtoneel buiten onze invloed liggen, is het beschermen van die rechtstaat iets waar wijzelf volop aan kunnen bijdragen.

Laat het nooit meer nodig zijn dat er ooit nog verzetsgroepen opgericht hoeven te worden.

Dick Kuijs, geboren in Beverwijk en woonachtig in Soest, is oud-bestuurslid van de Stichting 4 mei Beverwijk en zoon van een verzetsstrijder. Hij studeerde piano aan het Sweelinck Conservatorium Amsterdam, is pianist, orkestleider, componist, tv-producent en cultureel ondernemer. Hij regisseerde tv- en theaterprogramma’s, opera’s en concerten. Werkte onder meer samen met het Nederlands Concertgebouw Orkest en de Wiener Philharmoniker.

In een ver verleden was Dick Kuijs stadsbeiaardier van de Sint Agathakerk in Beverwijk en muziekrecensent van het Noord-Hollands Dagblad.