Ik droomde vannacht van een wereld zonder bommenwerpers

de koekoek bouwde er zijn eigen nest
ruzies werden met woorden beslecht

er werd gepraat over meer dan koetjes en kalfjes

kinderen leerden al vroeg hun knikkers te delen en elkaars taal te spreken
Stratego kenden ze niet

ze leerden wel over rode vlaggen en grenzen, hoe die te herkennen en niet te overschrijden

afgunst werd uitgesproken als waardering 
uit fouten trok men lering

camouflagekleuren kenden ze niet
en er zaten zelden sloten op deuren

ik droomde vannacht van een wereld zonder bommenwerpers

de lucht was bestemd voor vlinders en vogels
de ekster werd zelden verleid door iets dat glimt

ouders hamsterden geen pasta en conserven, maar kookten een portie extra en nodigden hun buren uit voor de lunch

ze zaaiden samen zaden, besprenkelden die met water, haalden met zachte hand het onkruid weg

er vloeiden tranen van het lachen
er werd geknuffeld en gedanst

er valt oneindig veel te vieren 
wanneer vrijheid een voorrecht is