Toespraak Teun-Jan Tabak, Joods Namenmonument onthulling Beverwijk

Dames en heren,

Ik neem u even mee naar vorige week zondag, een zonovergoten dag in Beverwijk. Terwijl met het oog op de verkiezingen de laatste folders in brievenbussen worden gedropt, zie ik al fietsend door het centrum van Beverwijk overal kleine prinsesjes. Aan de hand van een vader of moeder gaan ze prachtig uitgedost in lange rokken en tules, op weg naar het Kennemer Theater voor Belle en het Beest de Musical, inclusief Sprookjesverkleedwedstrijd. Ik ontwaar mijn kleindochter en zie de spanning en de vreugde om samen met haar vader naar het theater te gaan. Een middag onbezorgd en vol plezier.

Hoe anders was het, deze maand 80 jaar geleden, maart 1942 in onze stad Beverwijk. De Joodse inwoners, zover die bij de gemeente bekend waren, stonden op een lijst die burgemeester Scholtens in vijfvoud en in het Duits had moeten inleveren bij de Zentralstelle Fur Jüdische Auswandering in Amsterdam. Het zullen zo’n 80 namen zijn geweest.
Op 2 maart 1942 was door de Nazi’s besloten dat alle Joden uit de kustplaatsen naar Amsterdam moesten evacueren. De Joodse Raad die op last van de bezetter was opgericht, moest daarbij assisteren. Op maandag 23 maart werd de vertegenwoordiger van die Joodse Raad in Beverwijk, de heer Van Ronkel telefonisch meegedeeld dat op 25 maart alle Joodse inwoners uit Beverwijk moesten evacueren, naar Amsterdam.

Dames en heren, de geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Beverwijk is roerig, maar bovenal verdrietig. We hebben het aan Jan van der Linden te danken dat flarden van die geschiedenis te boek zijn gesteld in Matses met Aardbeien. Dankzij Van der Lindens speur- en leeswerk zijn er wat vaststaande feiten, maar exacte getallen en verhalen, laat staan de emoties, we kunnen het alleen maar vermoeden en invullen. Zij die die verschrikkelijke tijd overleefden keken vooral vooruit, de bewogen geschiedenis lieten zij het liefst rusten.

Terug naar die 23e maart 1942. Van Ronkel stuurde zijn zoon Jacob erop uit om in Beverwijk alle Joodse inwoners te informeren, in Wijk aan Zee nam de heer Ernst Belinfante die taak voor zijn rekening.
Zij, die moesten vertrekken kwamen dinsdag naar het huis van Van Ronkel, waar rabbijn Frank uit Haarlem de mensen moed insprak. Praktische tips kwamen er van de heer Leuw van de Joodse Raad uit Haarlem.

  1. Er mocht alleen handbagage mee, die werd opgehaald door transportbedrijf Van Gend en Loos.
  2. Kachels en kolen werden apart opgehaald, overige inboedel moest in de woningen achterblijven.
  3. De woningen zouden door de politie verzegeld worden.
  4. Voor invaliden en zieken kon uitstel van evacuatie worden aangevraagd.

’s Avonds kwam het bericht dat in de trein van 11.43 uur van Beverwijk naar Amsterdam, plek was gereserveerd voor 40 personen.

Woensdag de 25ste werd om 7 uur begonnen met het ophalen van kachels en kolen, vanaf 9 uur begon de politie met het verzegelen van de woningen. Op het Stationsplein werd van de Joodse families afscheid genomen.
Tot Haarlem zaten ze in gereserveerde treincoupés, maar daarna moesten de Joden uit Beverwijk overstappen. In Amsterdam was de Joodse Raad hen behulpzaam met de reis naar gezondheidskeuringen en de aangewezen woningen.

Die woensdag vertrokken er 35 in getal, Amsterdam was hun 1ste halteplaats op weg naar een verschrikkelijk einde. De meesten zijn nooit teruggekeerd.

Die woensdag, 25 maart 1942 ging het om de volgende families en personen:

  1. familie Ernst Belinfante
  2. Lilliy Freddy Bosman
  3. Familie Jacob Cohen
  4. Mina Cohen
  5. Familie Helena Davidson met weduwe A. Vecht
  6. Familie Mozes Meyer Abraham Davidson
  7. Familie Marcus van Gelderen
  8. Jacob Kool
  9. Familie David Levie Nathans
  10. Michiel Pinheiro
  11. Familie Jozef van Ronkel
  12. Familie Jacob Witjas

Tenminste 14 joden waren in Beverwijk om verschillende redenen achtergebleven, maar zij moesten zich vóór 1 augustus in Amsterdam vestigen.
De gemeente Beverwijk kreeg op 1 september toestemming de leegstaande woningen te gaan verhuren. De inboedel werd opgeslagen in een pand aan de Alkmaarseweg, maar een gedeelte verdween direct. De weinige Joden die terugkeerden vonden van hun bezittingen vrijwel niets terug.
De gemeente Beverwijk kon de kosten van de ontruimingen en opslag, ruim 500 gulden, declareren in Den Haag.

Tot zover het verhaal van het onvrijwillige vertrek, de gedwongen deportatie van de grootste groep Joden uit Beverwijk en Wijk aan Zee.

Heeft u in stilte meegeteld, dan vraagt u zich mogelijk af: bij deze deportaties waren zo’n 50 Joodse Beverwijkers betrokken, hoe komen jullie op het aantal van 99 namen op de gedenkplaat?
Dat heeft voor een deel te maken met de onderduik, met Joden die naderhand toch verraden of ontdekt werden, met Beverwijkse Joodse families die zich elders veilig waanden, maar toch werden afgevoerd. Een eenduidig getal zal het nooit worden. We weten het nu van 99 namen.

We noemen hier het verhaal van de zevenjarige Adolphina Gabriella Drilsma, Dolly.
Zij was met haar ouders op een onderduikadres in Krommenie terecht gekomen, maar dat huisje was te klein. Dolly werd ondergebracht bij de familie Van der Hoorn, op de Hoflanderweg in Beverwijk.

Even terug naar nu, twee weken geleden zagen we op de televisie beelden uit Oekraïne. Hoe een vader zijn kinderen aan een onbekende vrouw had meegegeven, om ze over de grens met hun moeder te verenigen. Alles wat je lief hebt, je eigen kind overdragen aan mensen van goede wil, in de hoop dat…

Leo van der Hoorn, was politieagent te Beverwijk. Alles ging goed, totdat de NSB-burgemeester van Krommenie werd getipt door Jodenjagers.
Op 10 december 1942 ’s avonds om 11 uur werd Leo van der Hoorn door collega’s samen met de 7-jarig Dolly aangehouden. Bij de Sicherheitsdienst in Amsterdam beweerde Van der Hoorn dat Dolly zijn dochter was, maar toen de gearresteerde echte vader naar binnen werd geleid en Dolly haar vader in de armen vloog, was het pleit beslecht.

Dolly Drilsma, Adolphina Gabriela is op 5 maart 1943 in Sobibor vergast, zeven jaar oud.

Op Cornelis Matersweg 2 in Beverwijk vestigde zich op 19 december 1936 Chiel Pais, een Zaankanter die in de Wijk magazijn De Ster opent: voor manufacturen, schorten, werkkleding, bedden en matrassen. En niet te vergeten, zo adverteert hij in oktober 1937 in de IJmuider Courant, een grote sortering wollen en gestikte dekens. Hij is in 1934 getrouwd met een Duitse. In 1942 wordt de scheiding uitgesproken.
Chiel Pais is een beminnelijk man, heeft veel contacten in Beverwijk.
In het winter van 41/42 kwam Chiel naar Krommenie en is bij de familie Nordemann ondergedoken.
Richard Nordemann uit Krommenie was 10 toen Pais bij hem thuis werd ondergebracht. Hij schrijft:
Samen met een andere onderduiker (die niet te werk gesteld wilde worden in Duitsland) heeft Chiel veel in ons huis verbouwd. Chiel sliep op zolder. Als er ’s nachts razzia’s waren kroop hij uit het zolderraam op het dak en verschool zich achter de schoorsteen. Een Duitse sergeant waarschuwde ons wanneer er razzia’s kwamen.
Chiel wilde, ondanks sterk afraden van mijn ouders, naar het Joodse getto in Amsterdam om zijn ouders en broer op te zoeken.

Tot zover dhr. Nordemann

Op 2 augustus 1942 schrijft Chiel een afscheidsbrief aan zijn vrienden en kennissen in Beverwijk. Hij schrijft onder meer:

“Aan mijn kennissen en vrienden.
De tijd is thans gekomen van een vertrek die u en mij lang zal heugen. U allen heeft hier misschien wel nooit aan gedacht dat het nog zo zou lopen ik helaas wel. Het weerzien heb ik dan ook helemaal uit mijn hoofd gezet. Het is, zoals wij het hier noemen tussen ons geloofsgenoten afgelopen voor ons. Ik weet maar al te goed hoe U allen steeds met mij hebben meegeleefd en ook weet ik dat ik nog lang bij U allen over de lippen zal komen’’.

Uit de brief bleek dat dus Chiel maar al te goed wist dat hij zijn kennissen niet meer zou zien.

Chiel schreef ook een briefkaart aan de familie Brantjes, van de slagerij aan de Boeweg, waar Chiel vaak langs kwam.
Chiel Brantjes (hij is naar deze Chiel Pais vernoemd) zal deze briefkaart uit kamp Amersfoort nu voorlezen.
………………..

Gabriel Pais is op woensdag 30 september 1942 in Auschwitz vergast.

De verhalen van wat er in Beverwijk en Wijk aan Zee gebeurd is, komen in brokjes en stukken naar voren.

Davidson, een Joodse naam die in Beverwijk veel voorkwam. Wie de lijsten met namen van in de oorlog overleden Joden doorneemt, telt er al snel 26. Het zijn meest afstammelingen van 3 broers; van Salomon, van Meyer en van Isaac Davidson die, zo is mij verteld, zo tegen het jaar 1800 de armoede in Amsterdam ontvluchtten om in Beverwijk het geluk te beproeven. Een deel van de familie heeft maatschappelijk succes, gegoede ondernemers, een andere tak heeft het moeilijk om een goede boterham te verdienen en aanzien te verwerven.

De stenen grafmonumenten van de familie Davidson, die we straks gaan op deze begraafplaats zien, zijn vooral van de telgen van Meyer. Het vermoeden wordt door de familie geuit, dat de nakomelingen van Salomon alleen een houten monument konden betalen… en die zijn verloren gegaan.

Ik richt me op één van hen. Jaren op Breestraat nummer 44, zichtbaar het herenmodehuis Davidson, sinds 1893. Ik ben er als jonge Beverwijker nog geweest, met vader of opa mee een pak passen. In 1979 was het afgelopen met Davidson herenkleding. Maar wat is er in die tussentijd veel gebeurd, zeker daar in de Breestraat.
Als we het licht laten schijnen op de Joodse gemeenschap van Beverwijk, is daar allereerst de synagoge aan de Breestraat, ter hoogte waar nu de Beverhof is.

Joods leven in Beverwijk ontstond, op basis van de resultaten van archiefonderzoek door Van der Linden, in de 18de eeuw. Na herhaalde verzoeken mocht Jacob Levi Cohen, Joods vleeshouwer te Uitgeest, zich van de gemeentebestuurders in Beverwijk vestigen. Kennelijk was er een Joodse gemeenschap op wie hij kon rekenen. Uit brieven uit 1808 blijkt dat er in Beverwijk 66 Joden woonden, met ene David Lessert als voorzanger. De synagoge ontstond in 1810 na aankoop voor 400 gulden van een woning aan de Breestraat.
Het was een kleine en arme gemeenschap die geen rabbijn kon betalen, men was aangewezen op steun van de synagoge in Haarlem. De religieuze Joodse gemeenschap is nooit groot en rijk geweest. Er was veel gedoe, de voorzanger slaagde er vaak maar moeilijk in 10 Joodse mannen bij elkaar te krijgen, de minjan, noodzakelijk voor het houden van een dienst.

Van 1935 tot 1942 woonde een wisselende groep Joodse jongeren in Beverwijk Kanaalstraat 75 en later in Velsen-Noord Gildenlaan 1.
De Kibboets Beverwijk, een onderkomen waar jongeren woonden en werden getraind om te werken in de land- en tuinbouw in Palestina, het beloofde land van het zionistisch ideaal.
Er werd stage gelopen bij tuinders en landbouwers in deze regio en de synagoge hoopte nu makkelijker tien mannen bijeen te krijgen voor de dienst, hetgeen toch moeilijk bleek.

De Joodse gemeenschap, ook die in Beverwijk, was zich bewust van de ontwikkelingen die Hitler in Duitsland losmaakte en de opkomst van de NSB in ons land. In 1936 verspreidde Salomon Vecht, een scholier hier in Beverwijk, zelfgemaakte stickers met als tekst: Rassenhaat is onmenselijk – onchristelijk – on-Nederlands.
Als in 1940 de bezettingsmacht ook in Beverwijk uiteindelijk bepaalt wat wel en wat niet mag, zijn de Joodse Beverwijkers de eersten die het voelen. In 1941 werd meer en meer voor Joden verboden: zwembaden, parken, scholen.
Bij de volgende ondernemers kwam er eerst het bord ‘Voor de Wehrmacht verboden’,

  1. Manufacturen Meijer Davidson, Breestraat 108
  2. Herenmodehuis Mozes Davidson, Breestraat 44
  3. Bioscoop Luxor, van Isaac van Frank, Breestraat 3
  4. Feestartikelenwinkel van Benjamin Mauw, Zeestraat 54
  5. Manufacturen Gabriel Pais, Cornelis Matersweg 2
  6. De bibliotheek van Michiel Pinheiro aan de Kloosterstraat
  7. De manufacturen van Jozef van Ronkel, Alkmaarsweg 28
  8. Sportwinkel Theodor Zwitser, Zeestraat 78
  9. Het pension van Marchant Dames aan de Julianaweg 16 in Wijk aan Zee.

Zo begon het, het werd niet beter.

Op 25 maart 1942, 80 jaar geleden de gedwongen evacuatie van de Joden op weg naar hun einde. Of toch niet.

Mozes Davidson van Breestraat 44, zijn vrouw Sara Davidson-Vet en hun twee kinderen Bram en Dini, zaten in die gereserveerde trein naar Amsterdam. Daar kwamen ze te wonen in een wijk alleen toegankelijk voor Joden. Vader Mozes kon de spanning niet aan en werd opgenomen in de Valeriuskliniek, moeder Sara Davidson-Vet, werd opgepakt op 6 augustus, naar Westerbork gestuurd en vandaar naar Auschwitz.

En dan duikt er dit weekend plots een brief op van de familie Davidson. Wat blijkt, moeder Sara Davidson-Vet heeft op weg van Westerbork naar Auschwitz, ergens in de provincie Groningen, een briefje uit de trein gegooid, maar daarop het Amsterdamse adres van haar geliefden. Het bewuste briefje is zoek, maar de boodschap van Sara-Davidson aan haar familie was; ‘het gaat mij goed’, ‘ik hoop weer terug te komen’.

Op 15 augustus krijgen haar kinderen het bericht uit Groningen, op 16 augustus 1942 schrijft zoon Bram de volgende brief aan de vinder in Groningen

Zeer geachte familie
Gisteren ontvingen wij uw brief, én die van mijn lieve moeder. Ik kan u niet zeggen hoe dankbaar ik u ben dat u zo goed is geweest het laatste levensteken mijnen moeder voor zij op het punt stond haar dierbare vaderland te verlaten, door te geven aan hen, die zij zo eenzaam achterlaat. Wij hopen zo spoedig als dat mogelijk is in de gelegenheid te zijn u met een wederdienst te kunnen dienen, nimmer zullen wij vergeten wat u voor ons gedaan heeft.
Onze familie bestond uit 4 personen: mijn vader mijn moeder, mijn zusje en ik. We hebben tot in maart van dit jaar altijd in Beverwijk gewoond en hebben ons altijd in hart en nieren Nederlander gevoeld. Toen werden we gedwongen naar Amsterdam te evacueren….. Dit betekende voor ons het begin van de ellende. Er werden allerlei maatregelen die niets menselijks hadden tegen ons uitgevaardigd. Enfin, ik denk dat u daarvan genoeg gehoord zult hebben.

Als gevolg van dit alles en van het feit dat we in Beverwijk ons huis en onze winkel ( we hadden een herenkledingzaak) zonder vergoeding achter moesten laten, werd mijn vader, die 48 jaar is, zenuwziek en hij ligt nu al enige maanden in het ziekenhuis.
Het is nu 10 dagen geleden dat er hier (in Amsterdam dus) een razzia werd gehouden en toen werd ook mijn moeder die 41 is, uit huis gehaald door 2 Duitse polities met helmen en geweren, en zonder het minste motief weggevoerd naar Westerbork.

Alle pogingen om haar vrij te krijgen mislukten wegens gebrek aan menselijk gevoel bij de hogere instanties en zo staan mijn 16-jarig zusje en ik (19 jaar) thans geheel alleen en we weten niet wat ons lot zal zijn evenmin als dat van mijn moeder. In ieder geval weten we thans dankzij uw goedheid dat mijn moeder bij haar weggaan uiterst flink en moedig was en dat zij het volste vertrouwen had dat zij spoedig weer bij haar gezin terug zal zijn.
Mijn vader weet nog van niets, we durven het hem niet te vertellen. Wat er van mijn zusje en mij moet worden, laten we maar aan het lot over. We moeten geheel op onszelf bouwen, al hebben we dit nog nooit gedaan.

Het Opperwezen zal ons wel in deze nu zo zware taak weten te steunen.
Weest nogmaals hartelijk bedankt en hartelijke groeten van uw dankbare

Bram Davidson en Dini zijn zusje.

Sara Davidson-Vet is op 30 september in Auschwitz gedood. Vermoord.

De vader en zijn kinderen slagen erin onder te duiken in de buurt van Alkmaar, zij overleven de oorlog.
Na de oorlog pakt de familie de draad weer op, op Breestraat 44 wordt de herenkledingzaak heropend. Tot 1979 geeft Bram daar leiding aan.

Van een ruimhartig Joods leven in Beverwijk is het niet meer gekomen. De synagoge, in de oorlog vernield en beklad door SS’ers en NSB’ers heeft nooit meer dienst gedaan als synagoge, een opslagplaats werd het, in 1964 is deze gesloopt. Onderduikers als Mozes Heilbron die 3 jaar ondergedoken had gezeten bij de fam Kemp-Haan in de Strick van Linschotenstraat, huwde de dochter van Arjan en Trijntje Kemp en stichtte in Beverwijk een gezin. Er was dus de winkel van Davidson, vanuit Amsterdam kwam de familie Soesan en opende verschillende winkel voor dames, heren en kinderkleding. Als je niet wilde eten werd je herinnerd aan de voedseltekorten in de oorlog, vertelt Joop Soesan. Op 4 mei werd massaal meegedaan aan de dodenherdenking, het was beklemmend, zegt Soesan.

De tijd gaat voorbij, de namen verdwijnen uit het straatbeeld

Op initiatief van Jan van der Linden kwam er in 1995, 50 jaar na de oorlog, voor winkelcentrum Beverhof een monument als tastbare herinnering aan de Joodse gemeenschap in Beverwijk.

Nu, vandaag, de 99 namen, namen waar een leven achter schuil gaat, een leven van Joodse Beverwijkers en van Joden in Beverwijk. Onze plaatsgenoten, die omdat ze Joods zijn werden getreiterd, geminacht en vermoord.
99, maar weten we dat zeker????? De geschiedenis, ook deze verrast ons keer op keer. Vandaar de NN, nomen nescio, de naam weet ik niet.
Het is goed deze 99 namen te kunnen zien, en lezen, en gezeten op het bankje bij het monument de namen te laten resoneren in ons hoofd. Want, zo leert ons de Joodse traditie, je bent pas echt vergeten als je naam niet meer genoemd wordt.

20 maart, 2022. Deze zondag in Beverwijk, de zon schijnt, mijn kleindochter zit thuis, ze is bokkig omdat ze niet weg mag vanwege corona. We hebben verkiezingen gehad waar iedereen aan kon deelnemen.
Op 1500 kilometer van hier woedt plotseling een verschrikkelijke oorlog. We zien verwoesting, ontzetting, verdriet, ellende, in landbouwplastic gewikkelde lichamen die in een massagraf worden gedumpt, een been, een arm, een hand.

Wij onthullen, lezen en noemen vandaag de 99 namen. Ter herinnering aan Joodse stadsgenoten, Beverwijkers. Het monument ook als een waarschuwing, hoe het leven door oorlog tot een verschrikkelijk einde kan leiden.
De naam Davidson is weg uit de Breestraat, De naam Davidson is uit het publieke leven. Handelaren die die naam dragen, hebben de naam van hun auto’s verwijderd, te veel schade, is het baldadigheid? Is het oplaaiend antisemitisme? Laten we opletten. De geschiedenis, zo blijkt deze maand, kan zich herhalen.