Jaarrede Dodenherdenking 4 mei 2019 Jan de Wildt

Geachte aanwezigen,

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft als doelstelling en motto: Vrijheid geef je door. Vrijheid als iets dat over generaties heen wordt overgedragen. Wat geven we dan door en wat hebben degenen die wij vandaag gedenken ons door willen geven?

 
Bij de voorbereiding van wat ik vanavond zou gaan zeggen, was er voortdurend een foto in mijn hoofd.
Een foto gemaakt op 8 mei 1945. Op de Breestraat in Beverwijk wordt een bevrijdingsmanifestatie gehouden. Op een klein verhoog voor het Raadhuis staat een magere, kale man. Kaarsrechte rug, de blik omhoog geheven. Hij draagt een wat te krap colbertje over zijn trui en een plusfour. Om zijn arm een band met de letters BS, Binnenlandse Strijdkrachten. Hij spreekt de bevolking toe. De dagen ervoor heeft hij ingegrepen bij de eigenrichting van “moffenmeiden”, die kaal werden geschoren en met menie besmeurd.. Hij riep de mensen op zich niet te verlagen tot het niveau van de bezetter, waaronder ze zelf hadden geleden.

 
Deze man op de foto is de heer Th.M. Luijpen, man uit het verzet en plaatselijk commandant van de BS.
Twee jaar later is hij hoofd van de school waar ik mijn eerste onderwijs krijg, hij is een van de mensen die me heeft gevormd tot wat ik geworden ben. Rond 4 en 5 mei kwam hij bij ons in de klas om te vertellen en aan zijn betraande ogen zagen we hoe bijzonder zijn verhaal was. Hij nam ons – de generatie die grotendeels onbewust de oorlog had meegemaakt – bij de hand om een antwoord te vinden op de vraag: wat is vrijheid waard?

 
Nu de generatie, die bewust de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt, ons vrijwel is ontvallen, is de vraag: hoe en door wie zal het besef van vrijheid nog verder worden doorgegeven?
Keren we in gedachten terug naar die 8e mei 1945. De menigte die toen was samengestroomd op de Breestraat bevond zich op het breukvlak van bezetting en bevrijding. Ineens was het er: de vrijheid na een bijzonder bitter laatste oorlogsjaar.

 
Vrijheid is als adem halen: het is er, je bent je er niet voortdurend van bewust. Pas als we onvrijheid voelen, als we in ademnood komen, worden we ons bewust van het belang van belang van ademen, van vrijheid.
Zou opgelucht ademhalen het overheersende gevoel geweest zijn daar op de Breestraat, die 8e mei 1945?
Waarschijnlijk wel, de behoefte om vooruit te kijken overheerste. Over dat verleden nu maar even niet meer praten. Velen kozen ervoor te zwijgen over de vaak gruwelijke ervaringen in de bezettingstijd. Maar het zwijgen wist de sporen van de oorlog niet uit. De gevoelens en ervaringen zitten tot diep in de haarvaten van onze samenleving, ook in onze goede stad Beverwijk.

 
We hebben een ereschuld aan de generatie die het leed van de oorlogsjaren droeg en een hoge prijs betaalde voor onze vrijheid.

 
Hun verhalen vertellen en blijven vertellen is een plicht. Het is een vorm van onderhoud en bevestiging van ons verlangen naar vrijheid.

 
We moeten de verhalen blijven vertellen over de geestelijke weerbaarheid van de mannen en vrouwen in het verzet. We moeten ons verdiepen in hun dilemma’s over de verhouding tussen hun doel en hun middelen. De moeilijke keuzes die tot op de dag van vandaag leiden tot discussie in de kolommen van de krant en aan vergadertafels over herdenkingen.

 
Liefdevol moeten we willen spreken over de kleine Joodse gemeenschap in onze stad, vermoord, uitgeroeid. Niet vergeten.

 
Het is goed ons te verdiepen in de levensgeschiedenis van mensen, – veelal jongens nog – die geknakt terugkeerden uit kampen en de arbeidsdient. En zij die later na de bevrijding werden opgeroepen voor weer een andere vrijheid elders in de wereld. Hun levens waren nooit meer als voorheen.

 
Herinneren we ons ook de waanzinnige plannen voor de algehele evacuatie van Beverwijk. Door toedoen van wethouder Van Dok en gemeentesecretaris Post van de scherpste kanten ontdaan, maar pijnlijk voor degenen, die wel hun huis moesten achterlaten en vaak het gezinsverband moesten verbreken. Bij terugkeer moesten ze ervaren dat het hart van Beverwijk definitief veranderd was. “Beverwijk is Beverwijk niet meer” blijft lange tijd het oordeel over de sociale samenhang in onze stad.

 
Het vertellen van al die verhalen rond de Tweede Wereldoorlog maakt ons bewust van de kostbaarheid van vrijheid. De bevrijdende jaren zestig en de immense vrijheid, die het internet ons biedt in onze dagen, laten zich beter begrijpen als we ze leggen naast de ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog.

 
Vrijheid is waakzaam zijn en kiezen telkens weer.

 
Dat was denk ik de boodschap, die ik ooit meekreeg van mijn meester Theo Luijpen.

 
Aan hem, de gevallenen en al die anderen wil ik denken in de twee minuten, die we in onze dolgedraaide wereld hebben aangewezen als moment van stilte.

 
Stilte, bezinning, aandacht, twee minuten met op de achtergrond de onvermijdelijke hartenklop van onze welvaart en daar bovenuit het gekwinkeleer van de vogels boven Duinrust. De vogels die ook zongen boven Overveen, Waalsdorpervlakte, kamp Amersfoort en al die andere plekken. Het zingen van een vogel, het laatste wat ze hoorden voor de knal kwam.

 
Vrij als een vogel, vogelvrij.