Deze rede hield Jan van der Linden,

stadshistoricus en auteur, op 4 mei 2014 in de aula van begraafplaats Duinrust.

Morgen vieren we onze vrijheid. De vrijheid die wij hebben is uniek. Echter, de prijs welke wij betaalden was hoog, erg hoog.

Voor jongeren onder ons is de bevrijding slechts een hoofdstuk uit hun geschiedenisboek. Echter, over de bevrijding van Beverwijk is weinig geschreven.

Daarom de gebeurtenissen van die dagen eens op een rijtje.

Op 4 mei, gonsde het van de geruchten over een aanstaande capitulatie van het Duitse leger. In de brandweerpost, aan de Breestraat, waar men de beschikking had over een radio en elektriciteit, luisterde men die avond naar Radio Oranje. Nadat die de capitulatie bekendmaakte, gooiden brandweerlieden de ramen open en galmde het Wilhelmus over de Breestraat.

Deze werden al weer snel gesloten, daar men bang was voor de gevolgen. Echter, het goede nieuws verspreidde zich snel door Beverwijk.

Later bevestigde Van Grunsven, de NSB-burgemeester, het nieuws dat de volgende dag om 8 uur, het Duitse leger zou capituleren.

Ondanks de avondklok gingen verschillende inwoners de straat op. Wel van korte duur, aangezien er nog steeds gewapende Duitse militairen patrouilleerden.

De volgende dag, zaterdag 5 mei, liepen deze gewapende soldaten nog steeds op straat. Van de bevrijding was nog niets te merken. In de Deken Waarestraat had iemand de Nederlandse vlag uitgestoken, maar bij het naderen van een Duitse patrouille, werd deze snel naar binnen gehaald.

Vrijheid was nog een illusie. De commandant van Festung IJmuiden wilde zich niet overgeven. Die middag durfde een enkeling ‘voorzichtig’ de vlag uit te steken. Wel had een kruidenier aan de Breestraat een bordje opgehangen, met de tekst.

“Tot 4 uur gesloten. Wij zijn eventjes aan het feestvieren. Mag wel hé?.

Pas na de radiotoespraak van Koningin Wilhelmina voor Herrijzend Nederland, later die avond, waagden zich enkele inwoners, getooid met oranje, op straat. Maar voor de meeste inwoners was dit nog te riskant.

Terecht, zo bleek, de vlag van de familie Lobel, wonende aan de Alkmaarseweg, werd met geweld van de gevel gerukt, door Duitse militairen.

Die zondagmorgen 6 mei durfde men nog steeds niet de bevrijding te vieren. Dit door de nadrukkelijke aanwezigheid van gewapende Duitse militairen op straat.

Die middag reed er een zwaarbewapende Duitse militaire colonne over de Breestraat. Op de voorste auto zat een Duitse soldaat, die provocerend een hakenkruisvlag omhoog hield. De colonne, komende uit IJmuiden, reed naar Heemskerk. Kennelijk was het passeren van deze colonne voor de Beverwijkers het signaal dat het Duitse leger met de terugtocht bezig was.

Kort hierna onderging de Breestraat een metamorfose. Overal werd de Nederlandse driekleur uitgestoken. Behalve op het stadhuis. In de etalages verschenen foto’s van het koninklijk huis. In de bomen voor de Agatha-kerk, werden slingers opgehangen. Even waren er geen Duitsers op straat, wel veel Beverwijkers. Pas aan het eind van de middag verschenen er zes gewapende Duitse soldaten op de Breestraat. Zwijgzaam liepen zij op de rijweg en negeerden de versieringen totaal. Even werd het spannend, toen een aantal jongens, met hun versierde karren, deze soldaten tegemoet reden…

De militairen bleven midden op de straat staan, maar gingen met een verbeten gezicht opzij. Aan het begin van die avond vlogen er geallieerde bommenwerpers laag over Beverwijk. Deze vliegtuigen vlogen zo laag, dat men de piloten kon zien zitten. Zij wierpen geen bommen, maar voedselpakkeren. Deze pakketen werden verzameld en naar het Rode Kruis Ziekenhuis gebracht. Vandaar werden zij verder gedistribueerd.

Later die avond werd er in de Grote Kerk een dankdienst gehouden. Opmerkelijk feit was wel dat hierbij NSB-burgemeester Van Grunsven aanwezig was.

Wethouder Van Dok, die ondergedoken was, nam later die avond de bestuurlijke taken van hem over.

Op maandag de 7de mei was er, na bijna 5 jaar, geen Duitse militair op straat te zien. Die nacht waren alle borden met Duitse opschriften verwisseld voor borden met Engelse opschriften. De bordjes waren letterlijk en figuurlijk verhangen.

Aan de muur van het Stadhuis was de Proclamatie van vertrouwensmannen opgehangen . Gemeentebode Uum had, nadat hij de portretten van Hitler en Mussert uit het stadhuis had verwijderd, de Nederlandse vlag gehesen. Aan de Wijker toren waren vier grote luidsprekers opgehangen en via een platenspeler galmde er Hawaïaanse muziek over Beverwijk. Ook de Beverwijkse Harmonie Kapel liet zich horen met vrolijke muziek.

Leden van het verzet liepen, gewapend en gekleed in blauwe overalls op straat. Om hun arm een armband met de tekst “Oranje”. Nu pas zagen de inwoners van Beverwijk, dat heer Luijpen, een leidende rol speelde in de verzet. Het verzet arresteerden diverse NSB’ers, die werden ondergebracht in de christelijke school aan de Meeresteinstraat. Ook werden er zogenaamde moffengrieten opgepakt. Nadat deze waren kaalgeknipt en met oranje verf waren beschilderd, werden zij in open vrachtauto rondgereden. Commandant Luijpen maakte hier al snel een einde aan. Hij wenste geen wraak, maar gerechtigheid. Echter, NSB-burgemeester Van Grunsven werd die dag nog niet gearresteerd, Kennelijk vond men hem niet gevaarlijk. Hij zat de hele dag thuis en schreef zijn verdediging.

Pas de volgende morgen, op 8 mei, werd hij door een politieman gearresteerd. Van Grunsven moest plaatsnemen in een open vrachtwagen en zo wilde de politieman de gearresteerde burgemeester tentoonstellen aan de inwoners.

Twee leden van het verzet protesteerden tegen deze behandeling. Zij wezen de politieagent op het feit dat deze vorm van excessen nadrukkelijk was verboden. Na een korte woordenwisseling werd burgemeester Van Grunsven zonder excessen in hechtenis genomen.

Echter de komst van de bevrijders liet nog op zich wachten. Wel was er ter verwelkoming een spandoek met de tekst “Welkom Canadezen” over de Breestraat gespannen. Maar van hun komst nog geen enkel teken.

Die middag was er een groot defilé op de Breestraat. Voor het stadhuis was een tribune gebouwd, waarop de prominente inwoners plaats hadden genomen. Op het stoep stond het tijdelijke bestuur. Onder anderen wethouder Van Dok en de heren Luijpen en Reijnders namens het verzet. Het defilé werd geopende door familieleden van de omgekomen verzetsstrijders. Zij droegen een krans ter nagedachtenis en stopten voor het bordes. Wethouder Van Dok vroeg een kort ogenblik stilte voor deze omgekomen inwoners. Na zijn dankwoord aan het verzet klok er driemaal hoera, gevolg door gejuich van het begin van de Breestraat, de Engelsen waren in aantocht. Eindelijk, om half twee van die 8ste mei arriveerden onze bevrijders. Twee Canadezen in een jeep en een ander op een motorfiets. Na een korte stop, vertrokken zij weer richting Heemskerk. Gelukkig verschenen kort hierna, vanuit de richting Heemskerk, vijf Engelse legerauto’s op de Breestraat. Onder veel gedrang reden deze auto’s langzaam naar het Stationsplein, waar zij stopten. Meteen werden deze auto’s bedolven onder de toegestroomde inwoners. De militairen behoorden tot 56e Brits Heavy Artillery en het Canadian Survey Regiment, dat onder leiding stond van majoor Leeman. De majoor werd door het tijdelijke bestuur hartelijk ontvangen, en in het Engels toegesproken door de heer Luijpen. Bovendien werd hij getrakteerd op aardbeien. Op hun beurt deelden de bevrijders handtekeningen, chocolade en sigaretten uit. Na alle plichtmatigheden sloegen de Canadezen hun tenten op bij Westerhout en werd het defilé voortgezet.

Na het defilé, werd de eerder genoemde krans, door de nabestaanden, gelegd bij de Julianaboom in het villapark. Dit ter gedachtenis aan de omgekomen Beverwijkers.

Aangezien de bevrijders pas op 8 mei, dus 3 dagen na de capitulatie, in Beverwijk arriveerden, leefden de Beverwijkers nog 3 dagen in hoop en angst. Zeker toen realiseerden zij zich, hoe kwetsbaar vrijheid kon zijn.